De familie Huygens, een hoogbegaafde familie

Constantijn en Christiaan Huygens

Een hoogbegaafde familie


In de zeventiende eeuw betoverden een vader en zoon uit Den Haag de wereld met hun intelligentie en creativiteit. Hoewel ze op volstrekt verschillende terreinen succesvol werden, vierden vader Constantijn en zoon Christiaan Huygens elkaars successen met groot enthousiasme en respect. In de Grote Kerk van Den Haag opent Koningin Beatrix op 25 april een grootse en bijzondere tentoonstelling over deze bijzondere genieën.

Vader Vastaard

Constantijn Huygens werd geboren in het jaar 1596. Zijn vader -een bekend staatsman en secretaris van Willem van Oranje en Frederik Hendrik- had zo zijn eigen ideeën over het Nederlands schoolsysteem en voedde zijn kinderen thuis op. Die opvoeding was losjes gebaseerd op de ideeën van Baldassare Castiglione, een Italiaanse schrijver die pleitte voor een kindvriendelijke leeromgeving. Kennis werd spelenderwijze aangeleerd. Constantijn begon al vroeg met schrijven en muziek maken. De muziek vond hij geweldig, schrijven was minder interessant. Dit kwam ook tot uiting in de titels van enkele van zijn boeken. Zoals ‘Otia’, wat ledige uren betekent. Zo genoemd omdat hij enkel schreef als hij even niets serieus te doen had. Of anders ‘korenbloemen’, vernoemd naar de bloemen die op de akkers tussen het graan groeien. Bescheiden titels voor iemand die met tijdsgenoten Hooft, Vondel en Cats tot de grootste dichters van ons land mag worden gerekend.

Op negenentwintigjarige leeftijd volgde hij zijn vader op als secretaris van Frederik Hendrik. De band tussen Frederik Hendrik en Constantijn was zo sterk dat hij later over diens dood in 1646 schreef : ‘Tranen moeten stromen en beweend moet de dag dat mijn onovertroffen prins uiteindelijk toch uit het leven werd gerukt’. Constantijn bleek een uitstekend strateeg te zijn die door zijn vele vroege reizen een uitgebreid netwerk had opgebouwd.

Zonder deze verovering zou Nederland misschien niet meer hebben bestaan

Na de dood van Frederik Hendrik bleef hij aan als secretaris van diens zoon; Willem II. Om Engeland te vriend te houden regelde hij in 1642 een huwelijk tussen Willem II en de pas tienjarige Engelse prinses Mary Stuart. Hoewel Willem II in 1650 onverwachts overleed, zou Willem III met behulp van Constantijn later de Engelse troon veroveren met een geraffineerde propagandacampagne. Zonder deze verovering zou Nederland misschien niet meer hebben bestaan.

Constantijn Huygens

Ondanks zijn reputatie als staatsman komt uit anekdotes, brieven en schrijfsels een andere man naar voren. Constantijn was een durfal die op drieëntwintigjarige leeftijd de honderdtweeënveertig meter hoge torenspits van de kathedraal van Straatsburg beklom. Het was een kunstkenner die in de vierentwintig jaar oude Rembrandt van Rhijn al een groot talent zag. Hij was een ‘ladies’man die idolaat was van zijn vrouw. Hij schreef maanden niets meer toen ze stierf, tot dichteres Maria Tesselschade Visscher hem de goede raad gaf: Stel uw leed te boek, zo hoeft gij ’t niet te onthouwen’. Hij had humor, speelde graag met taal en noemde zichzelf Vastaard; een verbastering van de Nederlandse vertaling van zijn naam. En het was een trotse en zorgzame man, die een boek vol schreef over zijn avonturen en opvoeding en hoopte dat zijn kinderen een voorbeeld aan hem zouden nemen.

Opvoeding in huize Huygens

De opvoeding van de familie Huygens wordt vaak als gedegen beschreven. Maar waar bestond vader Huygens’ lespakket dan uit? Hieronder een kleine opsomming:

  • Talen: Frans, Latijn, Grieks, Italiaans en Engels
  • Muziek: bespelen van de viola da gamba, luit, klavecimbel, gitaar en het spinet
  • Algemene kennis: wiskunde, natuurkunde, rechten, logica en retorica
  • Lichamelijke opvoeding: paardrijden, schermen, hoe om te gaan met piek en musket
  • Kunsten: tekenen, schilderen, kalligraveren en boetseren

Zoon genie

Op 14 april is het driehonderdvierentachtig jaar geleden dat Christiaan Huygens werd geboren. Christiaan blonk al vroeg in alles uit. ‘Mon Archimède’ noemde zijn vader hem dan ook liefkozend. Want ook Christiaan kreeg -net als zijn vader voor hem- thuis les, en ook hij moest rechten studeren. Alleen zat Christiaan veel vaker op de banken bij de wiskundecolleges dan bij de rechtencolleges. Hij maakte daarom zijn studie niet af (zijn academische titel werd voor hem gekocht) maar wijdde zich aan de wis- en natuurkundige wetenschappen. Via zijn vader en diens vriend Mersenne kwam hij in contact met grote denkers zoals Descartes, Pascal en Fermat. Hij maakte talrijke reizen, vooral naar Parijs en Londen en stond bekend als de grootste wis- en natuurkundige in Europa van zijn tijd. In 1666 werd hij uitgenodigd als primus inter pares van de Académie des Sciences in Parijs. Daar woonde en werkte hij vele jaren, totdat zijn gezondheid hem in 1681 naar Nederland terug deed komen. Hier bleef hij tot zijn dood in 1695.

Naast zijn wis- en natuurkundige werk was Christiaan ook een fervent sterrenkundige. Samen met zijn broer vervaardigde hij zijn eigen lenzen en construeerde hij uit twee platbolle lenzen een nieuw type oculair; het Huygens-oculair. In zijn De Saturni luna observatio nova (1656) deed hij verslag van zijn ontdekking van Titan, een maan van Saturnus. Drie jaar later overtrof hij deze prestatie in zijn Systema Saturnium (1659). Hierin bewees hij dat de planeet omgeven is door een platte ring. Hij gaf hiermee een verklaring voor de verwonderlijke vormen die Saturnus vertoonde in telescopen.

Schijngestalten Saturnus verklaring van Christiaan Huygens

Op de eerste Kerstdag van 1656 bedacht Christiaan de slingerklok: het eerste werkelijk nauwkeurig instrument voor tijdmeting. Toch bleef de toewijzing van de vondst lange tijd omstreden. Galileo Galilei, Joann Baptiste van Helmont, Johannes Hevelius en zelfs Rotterdams horlogemaker Simon Douw claimden de vondst. In de praktijk bleek Huygens’ systeem echter het meest levensvatbaar. Het beschreven slingeruurwerk loopt op gewichten met gebruikmaking van een zogeheten oneindig koord, voorzien van katrollen. Voor de correctie van de grootte van de slingeruitslag ontwierp Huygens in 1659 de zogenaamde cycloïdale boogjes, oftewel de ‘wangen van Huygens’.

Ook Christiaans’ golftheorie van het licht baarde opzien. In zijn Traité de la lumière stelde hij voor dat een golf zich alleen door een medium zou kunnen voortplanten. Zijn idee was dat elk punt in het medium afzonderlijk moest worden beschouwd.

‘Om ieder deeltje moet een golf ontstaan waarvan het deeltje het middelpunt is’

Als het punt vanuit een bron een golf ontvangt, zendt het een nieuwe bolgolf uit met dezelfde amplitude, frequentie en fase als de oorspronkelijke golf. De latere theorie van Isaac Newton in zijn Opticks ging hier tegenin: hij verklaarde weerkaatsing, breking en interferentie van licht juist met lichtdeeltjes. Hoewel Huygens’ beginsel daardoor ontkracht leek te zijn, bleek honderdvijftig jaar later dat Christiaan toch de betere verklaring voor de breking van het licht had bedacht.

Een succesvol gezin

Vader en zoon Huygens hebben Nederland in de gouden eeuw op de kaart gezet. Beiden waren op tal van terreinen invloedrijk, innovatief, slim, en gezaghebbend. Constantijn als de meester-netwerker, kunstkenner, dichter, en adviseur van de stadhouders, en Christiaan als wetenschappelijk genie in de wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde. Daarbij waren zij ook bekwaam en succesvol in het vermarkten van hun wetenschappelijke vondsten en artistieke smaak. De tentoonstelling die deze zomer in Den Haag is te zien, is een uitgelezen kans om nader kennis te maken met deze zeventiende-eeuwse mensalen…

Tentoonstellingsposter Den Haag

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het verenigingsblad van Mensa Nederland, ‘HiQuarterly’, jaargang 1, #2 april 2013

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*